Joop met pijp


               J.C.('Joop')Stoffels:  
             'Liefde is hooggesublimeerde kameraadschap fijntjes gekruid met een tikkeltje erotiek'


                                                                                                 

Joop Stoffels,  een korte gestalte met een stevige ronde kop, waarin twee glunderende blauwe ogen
oplettend het leven gadeslaan. Met een schuine alpino op het kalend hoofd en de geplooide mond gevuld
met het uiteinde van een zwartgerookte pijp. Met plezier luistert men naar zijn gekruide opmerkingen
in een onvervalst Vlaams accent, zijn in humor verhulde levenswijsheid, opgedaan tijdens een langdurig
zwerversleven.
 

Joannes Cornelis ('Joop')Stoffels werd op 11.07.1908 geboren: zoon van Theodorus Stoffels en
Maria Johanna van Grol. Theodorus, kortweg Dorus genoemd, was brood- en banketbakker in Elst,
een gemoedelijk dorpje in over-Betuwe, verzonken tussen Waal en Rijn.

Zijn vader bracht hem al op jonge leeftijd de liefde voor de natuur bij tijdens de vele wandelingen
die ze samen maakten door de Betuwestreek. Alhoewel Theodorus geen schilder was, was hij toch een

kunstzinnig man, die uitblonk in toneelspelen en voordrachtskunst. Bovendien bezat hij zeer grote
humoristische gaven, of zoals Joop Stoffels het zelf uitdrukte: "hij was de Tijl Uilenspiegel van het dorp,
die iedereen wist te imiteren, tot de veldwachter aan toe".

Gevraagd wanneer Joop voor het eerst in aanraking was gekomen met de schilderskunst, volgde
steevast dit verhaal: als kleine jongen kreeg hij van zijn vader een verfdoos cadeau.
Hierin zaten zulke mooie kleuren dat hij ze direct achter elkaar op at, met als gevolg dat hij
hals over kop naar de dokter moest. Deze gaf hem een pilletje waarna 24 uur later de inhoud van
de verfdoos langs natuurlijke weg,  met alle kleuren van de regenboog, weer tevoorschijn kwam.

De eerste beginselen van de schilderkunst werden hem geleerd door een vriend van zijn vader,
Van Marwijk genaamd, een knap tekenaar, waarmee Joop op dertienjarige leeftijd als schildersleerling
op zwerftocht ging door de omgeving. Na de lagere school wilde hij het liefst beroepsschilder

terwijl zijn vader liever zag dat hij bakker werd.

Na vele baantjes, en even zoveel zwerftochten nam Joop op zestienjarige leeftijd de benen naar
Antwerpen waar hij zes jaar lang schilderonderwijs volgde aan de Academie voor Beeldende Kunst.
Zijn studie daar bekostigde Joop door te werken in de haven.

In 1928 werd deze Antwerpse periode onderbroken doordat hij werd opgeroepen voor militaire dienst
in Nederland. Na enkele maanden te hebben gediend bij de Gele Rijders werd hij als sergeant
overgeplaatst naar de infanterie waar hij instructies gaf aan nieuwbakken infanteristen.
Na zijn diensttijd ging hij onmiddellijk terug naar Antwerpen om zijn schilderstudie te voltooien.

Daarna begon hij op 22-jarige leeftijd aan een zelfstandige carrière als schilder. Zijn grote
voorbeelden waren Rembrandt en Frans Hals terwijl hij tevens sterk beïnvloed werd door het
impressionisme van Cézanne, dat in die tijd erg in zwang was. Samen met zijn schildersvriend
Freek van den Berg beschikte hij over een eigen atelier in Antwerpen. Vijf jaar lang doorkruiste
hij heel België en in het bijzonder het Vlaamse land. In die periode sloop er langzaam een
Vlaams accent in zijn spreken,iets waarvan de uitwassen zijn leven lang hoorbaar bleven.

In 1934 zette hij via Luxemburg koers naar Frankrijk om van daaruit door te gaan naar Spanje,
alles met palet en penseel vereeuwigend wat hij mooi vond, en zo nu en dan bij boeren werkend
om in zijn levensonderhoud te voorzien. Vanuit Spanje waagde hij de oversteek naar Dubrovnik om
van daaruit verder te trekken langs de gehele Dalmatische kust. Voordat hij via Albanië, Sarajevo,
Oostenrijk en de Elzas weer huiswaarts trok, bezocht hij nog de Griekse eilanden Samos en Rodos,
waar hij prachtige landschappen schilderde.


Joop Stoffels trouwde in 1937 met Maria Hendrina Wegh. Gedurende hun  huwelijk
woonden zij in  Nijmegen en later in Wassenaar. In 1952 volgde een echtscheiding.

In 1939 werd Joop voor herhaling in militaire dienst opgeroepen, voor een termijn van 3 weken.
Onder de dreiging van een oorlog moest hij echter voor onbepaalde tijd onder de wapens blijven.
Tijdens zijn gedwongen dienstperiode bleef hij de schilderskunst trouw. In iedere stad of dorp
waar hij gelegerd was maakte hij een schets, aquarel of olieverf schilderij. In Druten, in een schuur
aan de Hooistraat, die toen behoorde bij boerderij Van Mook, waar het 24-ste regiment
infanterie was gelegerd maakte hij enkele muurschilderingen w.o. de afbeelding van enkele
musicerende soldaten. K.M.K. schilderde hij daaronder, wat zoveel betekende als Koninklijke Militaire Kapel.
Dat was een verzinsel, een grap om zijn collega's die daar gelegerd waren wat op te vrolijken.  
Toen de oorlog uitbrak werd soldaat Stoffels als een van de eersten naar de Grebbe linie getransporteerd
en heeft hij daar gevochten tegen een niet te stuiten Duitse overmacht. Bij het redden van een van
zijn kameraden raakte Joop zelf gewond aan zijn hoofd, waardoor zijn gezichtsvermogen
tijdelijk was uitgeschakeld. Hij werd overgebracht naar het Juliana Ziekenhuis te Amsterdam,
waar hij 10 maanden verbleef om te herstellen.


Na zijn ontslag uit het ziekenhuis ging Joop terug naar Nijmegen. Daar werd hij lid van kunstkring
"De Brug" en "In Consten Een", en werkte er samen met A.J.G.Kloosterhuis en J.A. van Mourik,
schilders van Plasmolen. Enkele weken later werd hij echter van zijn bed gelicht door de Duitsers
en als krijgsgevangene naar Lippstadt in Westfalen gebracht. In de jaren dat hij in krijgsgevangenschap
zat heeft het schilderen veel voor hem betekend, zowel in geestelijk als in materieel opzicht.
Hij mocht o.a. les geven aan de Kunstgewerbe Schuhle in Lippstadt, waar hij Duitse jongens leerde schilderen.
Hij werkte hier samen met de professoren Junghans en Schmidt, twee geëvacueerde profs van de
Kunstacademie van Düsseldorf die ook in Lippstadt verzeild waren geraakt. Beiden zijn van invloed
geweest op de verdere rijping van de kunstschilder Stoffels.

In die tijd leerde hij ook Liesbeth Messerschmidt, een nicht van de Duitse vliegtuigbouwer, kennen.
Zij interesseerde zich zeer voor zijn werk en verkocht zijn schilderijen en tekeningen aan
Duitsers en van de opbrengst kocht zij levensmiddelen voor Joop en zijn medegevangenen. Door de
talrijke schildersvrienden die hij in de oorlogsjaren maakte, was het zelfs mogelijk dat er ondanks
zijn krijgsgevangenschap een expositie van zijn werk werd gehouden in de Lippstädter Kunstkreis.

Ook verbleef en werkte Joop Stoffels geruime tijd in het kunstenaarsdorp Worpswede(Dtsl).

Rond 1946 keerde hij terug naar Nederland maar kreeg al snel de zoveelste oproep voor het
Nederlandse leger, waarvoor hij zich moest melden bij de Ripperda kazerne te Haarlem.
Op dat moment woonde hij nog aan de Kamperfoeliestraat in Nijmegen.

Begin 1948  vestigde hij zich in Haarlem aan de Kamperstraat,  later in dat jaar verhuisde hij naar
de Korte Dijk en in 1951 naar de Bakenessergracht,  eveneens in Haarlem. Hij werd lid van
modeltekenclub "De Acht" en kunstenaarsvereniging "Kunst Zij Ons Doel".
Hij nam les bij Henri F. Boot en had studiegenoten als Kees Verweij, Anton Heijboer, Otto B. de Kat, 
acteur en schilder Albert van Dalsum, Cor Mandersloot '( "Mander")  en uit Friesland afkomstig: Roelof Klein.
 De laatste twee waren collega's met wie Stoffels veel contact onderhield.


Toen in 1950 zijn eindeloos lange diensttijd er definitief opzat, wierp Joop zich vol verve op de kunst
van het emailleren. Gedurende een korte tijd werkte hij voor EDY (Emailleerfabriek de IJssel) te Dieren Gld.
In december 1953 trouwde Joop (door zijn Nijmeegse familie consequent Jan genoemd)  met
Elisabeth Bramson en samen betrokken zij de bovenste etage van een woning aan de
Dr. Schaepmanstraat in Haarlem.

Toen hij het werk bij EDY niet leuk meer vond, versleet hij nog enkele banen voordat hij in
mei 1958 in dienst trad bij MSD (Merck Sharp & Dohme BV) in de Waarderpolder te Haarlem.
Nadat de hoofdbewoonster van de Dr. Schaepmanstraat begin 1960 was overleden en de woning
leeg moest worden opgeleverd waren ook Joop en Bep gedwongen te verhuizen.
Zij vonden een nieuwe woning aan de Kerkhofstraat te Haarlem, in een van de oudste buurten,
waar de vele kleine huisjes zijn samengeperst tussen de statige Amsterdamse Poort
en het kronkelige Spaarne. In de tuin had hij een tot atelier omgebouwde schuur, waar hij als schilder
vele uren van zijn bewogen leven heeft gesleten. Ook kwamen zijn nichtjes Loes en Annemieke,
 tijdens hun schoolvakanties vaak een paar dagen in Haarlem logeren.
Zij waren op de fiets of kwamen met de Haarlemse tram en kregen van hun oom hun eerste
schilderslessen. Ook trok hij met ze naar buiten, zette zijn schildersezel bij het kerkje van
Spaarnwoude neer en liet ze zien, dat alleen al door een horizontale lijn op papier te zetten
er een afbeelding ontstond.

In 1960 werd een houtskool/pasteltekening van een Joegoslavische fluitspeler bekroond door
het tijdschrift ‘Met palet en tekenstift’.  In het juryrapport wordt de forse opbouw van de tekening
geprezen en het contrast van de licht-schaduw werking dat de afbeelding heel levendig maakt.

Gedurende de laatste tien jaren van zijn leven gaf Joop Stoffels ook elders teken- en schilderles
en tijdens deze lessen vertelde hij over zijn eigen manier van materiaalgebruik. Een tijdlang
vonden deze lessen plaats in het huis 'Zwanenburg' aan de Leidschevaart te Haarlem waar een van
zijn leerlingen woonde. Hij gaf er les aan Jeannine en enkele vriendinnen van haar uit Heemstede.

Nadat zijn vrouw Bep in 1974 was overleden begon voor Joop de moeilijkste periode van zijn leven.
Vooral in z'n laatste levensjaren had hij steeds meer moeite om zichzelf staande te houden.
Zijn gezondheid verslechterde en hij kreeg daarom het advies van zijn huisarts om een tijdje
naar een zuidelijk land te gaan om wat aan te sterken en tot rust te komen. Joop woonde enige tijd
op het Spaanse eiland Mallorca, waar hij veel tekeningen en schilderijen maakte, die hij aan toeristen
en overwinteraars verkocht om in zijn levensonderhoud te voorzien. Uit deze tijd stamt ook de
opmerking van Joop die hij bezigde wanneer iemand zijn vraagprijs te hoog vond:
"Had u er soms ook nog een krentenbrood bij willen hebben?"


Hoe zijn de laatste maanden van het leven van Joop Stoffels verlopen..
 

In september 1984 werd Stoffels vlak bij zijn huis aan de Kerkhofstraat te Haarlem op straat
aangetroffen met o.a. verwondingen aan zijn rechter arm en pols en werd hij naar het
ziekenhuis De Mariastichting te Haarlem vervoerd. Daar bleek dat de arm gebroken was en
werd hij de volgende dag geopereerd.

Joop Stoffels 1984 laatste portret          Joop Stoffels okt.1984
                                                                    3.10.1984

 
Een maand na zijn opname overleed hij in het ziekenhuis aan de gevolgen van zijn slechte
lichamelijke conditie en een opgelopen longontsteking.

Over het leven van Stoffels was weinig bekend uit de officiële bronnen. Bovenstaande gegevens

zijn gebaseerd op hetgeen staat vermeld in de lexicon van Pieter Scheen, uit brieven van
Stoffels’ broer René, uit een artikel "Zelfportret van Joop Stoffels" geschreven door
Henk Maurits ter gelegenheid van zijn 10-jarig jubileum bij MSD en uit gesprekken met meerdere
familieleden en enkele goede vrienden en oud-leerlingen van de kunstenaar.
  
Op 24 oktober 1984 werd hij gecremeerd op begraafplaats Westerveld te Driehuis, nabij IJmuiden.


  Lid van 'De Brug' en 'In Consten Een', in Nijmegen, kunstenaarsvereniging 'Kunst zij ons Doel' en van
modeltekenclub 'De Acht' in Haarlem.


Veilingen:
                 Veilingen van schilderijen in Veilinggebouw De Zwaan te Amsterdam in 2002 en 2007  
Veiling van een tekening op de Kunstveiling Online in 2012

home